Collumn Anneke

August 5th, 2011



Ziezo, schoenen uit, op de bank, glaasje drinken, lappie op schoot. Waar zal ik mijn volgende column eens over gaan schrijven? Er is genoeg te doen op het moment. Zo ben ik een kindervoorstelling aan het maken. Superleuk, over een beer die geen beer is. Ik schrijf liedjes over jaargetijden, boze ploegbazen, fabrieken en de beer die zich opmaakt voor zijn winterslaap. Vandaag bij de repetitie…

 

‘Mama!’ ‘Ja, schat?’ ‘Ik kan niet slapen, want ik ben bang.’ ‘Waarvoor dan?’ ‘Dat er gnoes de kamer binnen komen stormen en dat de slang me bijt.’ ‘Ah joh, die zitten hier helemaal niet. Ga lekker liggen, oogjes dicht, komt allemaal goed.’ ‘Oké…’ Waar was ik? Voor mij is deze voorstelling een nieuwe uitdaging. We werken met een regisseur en ik mag acteren. En verder dan eens op een festival spelen waar dan per ongeluk ook een handjevol neuspeuterende kinderen rondloopt, reikt mijn ervaring om voor kinderen op te treden niet. Spannend dus…
‘Mama!’ ‘Eh, ja schat?’ ‘Ik kan niet slapen want ik moet wennen aan mijn nieuwe stapelbed.’ ‘Ah ja, dat snap ik wel, doe maar alsof het jouw eigen nieuwe huisje is, hartstikke gezellig. En nu lekker slapen.’ ‘Maar dan wil ik ook een grote badkamer en een ligbad.’ ‘Da’s goed Finn, dat gaan we morgen regelen, mama is nog even bezig aan de computer en jij mag nu gaan slapen.’ ‘Oké…’ Waar was ik? We schrijven een stuk voor kinderen van ongeveer 6 tot 8 jaar. Finn is ook 6 maar toch is het soms lastig in te schatten wanneer deze kids iets eng of juist cool vinden. En of mijn liedje over dat de beer in een bepaalde scène naar binnen keert en op zoek gaat naar zijn eigen identiteit niet iets te melancholisch is. Ik wil de trillende onderlippen graag vermijden. Of hoeft dat niet? Een kind van 6 is namelijk ook zelf al bezig met deze
thema’s. Ik denk even na…

‘Mama!’ ‘Eh, Finn, slaap jij nou nog niet?’ ‘Ja, maar ik ben bang.’ ‘Ja, maar lieverd er zijn hier geen gnoes.’ ‘Nee joh! Die bedoel ik niet!’ ‘Wat dan?’ ‘Pieter uit mijn klas zei dat hij geen vrienden meer met me wilde zijn. Hij noemt mij een sukkel.’ ‘Dat mag hij helemaal niet zeggen tegen je. Dat zijn stoute woorden.’ ‘Maar waarom bestaan die woorden dan?’ Er volgt een filosofisch gesprek over het leven, de natuur en de oorsprong van de mens. Waar was ik? Ik besef dat de vraag waar de beer in het verhaal mee worstelt, Finn boven in zijn nieuwe stapelbed ook bezighoudt: wie ben ik?

En dan realiseer ik me dat ik niet alleen gezegend ben met de mooie en belangrijke taak als moeder om mijn zoon als een sterk en liefhebbend persoon de wereld in te sturen, maar dat ik ook de kans heb een leuke voorstelling te maken met een belangrijke boodschap. Dát is dus de kracht van kunst en muziek. Daar doen we het voor. Het geeft ons energie en inspiratie. Laat die onderlippen maar trillen,
die wenkbrauwen maar fronzen, die oren maar klapperen! Ik loop tevreden naar boven. Mijn muze slaapt.

Anneke XxX

reacties